Zeven burgemeesters

Intussen heb ik zeven burgemeesters meegemaakt in Tilburg. De legendarische Becht regeerde in een tijd dat Tilburg nog gehoorzaam was. Hij dacht dat de protesten in 1969 op de universiteit, de betogingen tegen de Vietnamoorlog, die tegen zijn afbraakplannen en die tegen de wegen die hij dwars door het Tilburgse centrum wilde trekken, uitingen van verwende kinderen waren die wel over zouden gaan. Quod non.

Van Letschert herinner ik me voornamelijk dat hij de raadsleden verbaal de baas was en een inspraakorgaan opzette dat structureel sterker functioneerde dan inhoudelijk. Hij wenste met ‘de heer’ voorafgaand aan zijn naam vernoemd te worden. Vandaar dat de toen lastige journalisten Toine van Corven en Rutger van Santen een interview met hem plaatsten waarin hij alleen maar Henk werd genoemd. Werd niet gewaardeerd.

Vanaf dat Brokx in de stad kwam, gebeurde er iets. Dat ging aanvankelijk niet van harte, omdat de meegaandheid in politiek Tilburg nog steeds hoogtij vierde. Aanvankelijk werd Gerrit dan ook niet zo gepruimd. Deed hem niets. “Ik ben hier niet gekomen om vrienden te maken,” reageerde hij. Toen hij erin slaagde om in Den Haag voor elkaar te krijgen dat Tilburg extra economisch knooppunt van Nederland werd, kenterde de mening over hem. Hij werkte zich uit de naad voor Tilburg.

Stekelenburg was een allemansvriend die teveel bezigheden buiten de stad had, maar hij werd met al zijn innemendheid immens populair. Ik herinner me een amicaal gesprek met hem in het pissoir -hij stond naast me in de schaamschotten- waarin het leek of we elkaar al jaren kenden, terwijl ik hem nog nooit ontmoet had. Te vroeg gestorven, kreeg hij niet de tijd eventuele verwachtingen waar te maken.

Vreeman had de goeie instelling en was alert om voor de Tilburgse kans te gaan. Jammer genoeg botste hij met Smolders en aanhangers die zich destijds minder prudent uitdrukten dan tegenwoordig. De situatie werd onwerkbaar en om die reden moest hij weg. Jammer, wat Vreeman wilde en wat Smolders wilde lag dichter bij elkaar dan zij misschien zelf dachten.

Zijn opvolger Noordanus was duidelijk hiernaartoe gehaald om met zijn contacten in de bouwwereld de Spoorzone te lijf te gaan. Of hij dat goed heeft gedaan of niet, valt nu nog niet te beoordelen. Hij was ongeschikt als burgemeester door een gebrek aan empathie en daarbij beschadigd door de Vestia-affaire.

En nu is er dan Weterings, Theo, een VVD-er, voor een arbeidersstad, maar wel iemand die in Tilburg geboren is. Ik herinner me hem als een jong raadslid die zijn brutale fractieleider Berry Stok blindelings volgde, hetgeen natuurlijk wel zo hoort als een fractie goed in elkaar steekt. Laten we hopen dat de braafheid die hij uitstraalt zijn daadkracht niet in de weg zal staan. Hij schijnt het op een eerdere post goed gedaan te hebben, dus we mogen best wat verwachten.   

© JACE van de Ven     

Noordanus

column door JACE van de Ven

Als columnist ben ik net een politicus: ik doe gewichtig over zaken waar ik weinig vanaf weet en beweer aan de ene kant iets wat ik aan de andere kant weer in het midden laat. In mijn geval komt daar ook nog bij dat ik, net als een politicus, jaren vóór mijn pensioengerechtigde leeftijd met wachtgeld ben gestuurd, en dat ik links en rechts wordt geëerd om dingen die anderen gedaan hebben, maar die ík heb verwoord. Het enige verschil tussen een politicus en mij is, dat ik korzelig murmel en dat een politicus filantropisch grijnst alsof hij u een grote prijs van de Postcodeloterij komt afleveren.
Ach politici; vroeger heetten ze ‘regelaars’ of ‘juiste mannen op de juiste plaats’. Tegenwoordig zijn het mensenmensen of verbinders en over nieuwe kulwoorden denken mannetjesmakers alweer na.

In Tilburg zullen de mooie kwalificaties ons de komende maanden om de oren vliegen, want er moet een nieuwe burgemeester komen. Noordanus, die een op zijn minst ongelukkig verleden met zich meedroeg in de bouw- en huisvestingswereld, -en dat tijdens zijn burgemeesterschap in Tilburg eerder bevestigde dan ongedaan maakte-, wordt door sommigen geëerd omdat hij de misdaad buiten de bouwwereld goed bestreden zou hebben. Prima, ik gun de man alle succes. Maar Tilburg moet nu wel iemand van een ander kaliber. Noordanus was geen mensenmens of verbinder, -kulwoorden schudt een columnist even gratuit uit de mouw als een politicus-, want daarvoor was hij van nature te afstandelijk.
Het is in Tilburg tijd voor een vrouw of een man met een andere etnische achtergrond dan de oorspronkelijk Nederlandse die van heel ver weg komt en liefst van niks weet. Of ik suggesties heb? Philomena Bijlhout misschien, zij was onze kortstzittende staatssecretaris ooit maar zit waarschijnlijk nog wel op wachtgeld. Twee vliegen in één klap. Of Joan Franka die in 2012 met een indianentooi op haar scalp aan het songfestival meedeed. Zij kan de zo gewilde kleurrijke inbreng van minderheden integreren.
En als men dan toch weer voor een man gaat, is het burgemeesterschap van Tilburg misschien iets voor Ton Rombouts, een bijbaantje meer of minder maakt hem niet uit en, ambitieus als ie is, zal hij zijn carrière graag beëindigen in een grotere stad dan die waar hij nu de filantroop speelt.

Enne…, eh, waarom zou ík niet solliciteren? Zoals gezegd zijn columnisten net politici. Daarbij heb ik een groot netwerk; alleen al in de Tilburgse horeca kent iedereen me. Ik ga niet langer korzelig murmelen maar filantropisch grijnzen, ga leren declareren, wietkoten sluiten en voetbalwedstrijden verbieden. Ik heb vrienden in Den Haag, een oud-klasgenoot in Brussel en ben bereid regelmatig enkele weekjes in onze zusterstad Minamiashigara te gaan werklunchen. En werkgelegenheid? Aan mij heeft iedereen de handen vol, maak je geen zorgen. Maar het belangrijkste argument om voor mij te kiezen is dat ik over twee jaar zeventig word: anders dan een jonge kandidaat heb ik maar twee jaar de tijd om brokken te maken.

© 2017 JACE van de Ven