VERKIEZINGEN

Ik kom er een paar keer per jaar. In Montalivet-les-Bains. Een Frans badplaatsje aan de Atlantische kust. In de winter wonen er 500 mensen, in de zomer 50.000. Inclusief de burgemeester. Vorig jaar zag ik hem voor het eerst. Hij woonde de opening bij van een regiokunsttentoonstelling. Van de uitgestalde werken heeft hij niet veel gezien, hij had het te druk met handen schudden. Ook ik werd uitgebreid begroet. Uit het semiverstaanbare gemurmel van de entourage destilleerde ik de reden van alle hartelijkheid: de naderende verkiezingen. Vandaar ook dat alle gepensioneerde vaste bewoners (lees: bijna alle vaste bewoners, de jongeren zijn buiten het seizoen opvallend afwezig) een flinke taart hebben gekregen. Met uitbundig veel slagroom. En met de complimenten van le maire. Een beproefde strategie. Je kunt als burgervader of -moeder zes jaar lang ongestraft onzichtbaar zijn, met de juiste contactuele eigenschappen en goed getimede stroopsmeerderijen sta je zo weer op het schild.
Daar moest ik opeens aan denken, toen ik las dat Tilburg een nieuwe nachtburgemeester zocht. Dat kandidaten zich mochten melden. En dat er nagedacht wordt over verkiezingen. Onmiddellijk begonnen de sociale media te ratelen. Hoe meer virtuele vrienden, hoe meer volgers, hoe meer kans. En prompt voelde ik het slappe handje van die Fransman weer. Proefde ik zijn taart. En had ik geen trek meer. Ik ben voor een aangewezen nachtburgemeester. Voor iemand die het eigenlijk stiekem al is, die aantoonbaar heerst in de nacht, die die titel in de loop der tijd aangemeten krijgt, desnoods tegen wil en dank. De volksmond bepaalt. Dat is best democratisch. En het scheelt een hoop slagroom.

JOHAN

Het was een geruststellende gedachte. De burgemeester waar onze nieuwe straat naar was vernoemd, heette Johan. Net als Stekelenburg. Ons huis kon niet anders dan een goed nest worden. Het was de prachtige nazomer van 2003, en de eerste associatie was een warme. De aankoop werd gevierd met ijs. Roomijs met het laatste rode fruit van het seizoen. De stulp was gekocht, maar nog niet betrokken. Tegen de Kerst konden we erin. Er was voldoende tijd om ons te verdiepen in de achtergronden van Burgemeester van Meurs. Johan dus. Notariszoon. Ongehuwd.Johan Meurs Onbesproken. Best saai, eigenlijk. Vonden we. Hoog tijd om er zelf was heroïek omheen te verzinnen. Waarom werd hij plotseling benoemd tot president-burgemeester, zo kort na de Slag bij Waterloo? Had hij dat bekonkeld met kroonprins Willem II? Die vervolgens ook een kast van een huis voor hem regelde in de Heuvelstraat? Naast Baron de Tombe? En had die iets te maken met de Tombe van Napoleon, de keizer die na zijn nederlaag zulke verontwaardigde grimassen trok dat ze zuurtjes naar hem hebben vernoemd? De zon scheen uitbundig, en de oude Van Meurs werd met de dag interessanter. Tot we met een schok weer in het heden belandden. Stekelenburg overleed. En opeens was het herfst in Tilburg. Zelden vielen de bladeren zo troosteloos als die septembermaandag. Johan die van het leven genoot, was dood. Terwijl de Johan die allang dood was, steeds meer begon te leven. Bijna vijftien jaar geleden was dat. En nog steeds, als de nazomer zijn einde voelt naderen, wordt de Van Meursstraat een stukje van Stekelenburg. Johan wordt bij ons gevierd met ijs. Roomijs met het laatste rode fruit van het seizoen. En altijd weer op naar een nieuwe lente.

LOGISCH

Eigenlijk hadden we het allang kunnen weten. Theo Weterings. Hij wordt onze nieuwe burgemeester. Een volstrekt logische keuze. De zevenentwintig andere kandidaten waren bij voorbaat kansloos. Weterings is voorbestemd voor Tilburg. Waarom? Hoeveel redenen wil je hebben? Allereerst: hij is geboren en getogen in Tilburg. Daar begint het al mee. De eerste oer-Tilbo in zeventig jaar. Dat werd dus wel weer eens tijd. Ten tweede komt hij uit een gezin van dertien kinderen. Een typisch Tilburgs aantal. Punt drie: hij is jarig op 18 april. Dat is eveneens de geboortedag van Tilburg als stad. Op 18 april 1809 ondertekende Lodewijk Napoleon de officiële documenten. Dat betekent overigens niet dat Weterings alleen oog zal hebben voor de stad. Want vier: de nieuwe burgemeester heeft ook een tijd in Berkel-Enschot gewoond, dus hij heeft een zekere affiniteit met onze dorpskernen. Vervolgens (punt vijf) studeerde hij in Tilburg, aan de Katholieke Hogeschool, waarna de kersverse econoom zijn eerste politieke zitvlees ontwikkelde in (punt zes) de Tilburgse gemeenteraad. Hij heeft burgemeesterservaring opgedaan in de moderne industriestad (zeven) Beverwijk en de logistieke hotspot (acht) Haarlemmermeer, dat omgeven is door een ringbaancontructie – officieel een ringváárt weliswaar, maar ik reken het goed. Dat is negen. Bovendien profileert die gemeente zich nadukkelijk als Hart van de Randstad, opvallend analoog aan Hart van Brabant. Dat is tien. Tel daarbij op dat de belangrijkste voetbalclub van zijn huidige woonplaats in blauw en geel speelt (de Tilburgse kleuren, punt elf), én het feit dat hij er zijn vertrek aankondigde in een brief die ietwat wollig (twaalf) aandeed, en het is duidelijk: deze man hóórt in Tilburg thuis. En vooruit, om het lijstje helemáál compleet te maken: tel het aantal letters van zijn naam maar. Dat is dertien. Het heeft zo moeten zijn.